Eiser is eigenaar van een appartement in een flatgebouw waar de gas- en waterleidingen vanaf de meetinrichting in het souterrain tot aan de individuele appartementen (traject B) aan het einde van hun levensduur zijn. Eiser stelt dat tijdens een ALV in 2013 is besloten tot collectieve vervanging van deze leidingen op kosten van de VvE, maar de VvE weigert dit omdat zij deze leidingen niet als gemeenschappelijk beschouwt.
De rechtbank beoordeelt de splitsingsakte en stelt vast dat de leidingen van traject B behoren tot de privé-gedeelten van de appartementen, omdat zij uitsluitend ten dienste staan van één appartement en niet onlosmakelijk verbonden zijn met het gebouw. Hierdoor is de VvE niet bevoegd om besluiten te nemen over collectieve vervanging van deze leidingen op haar kosten.
Verder oordeelt de rechtbank dat een eventueel genomen besluit tijdens de ALV in 2013 dat deze leidingen gemeenschappelijk zijn, in strijd is met de splitsingsakte en daarom nietig is. Ook een besluit tijdens de ALV in 2017 is niet genomen en een vordering daartoe wordt afgewezen.
De vorderingen van eiser worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door rechter Hartendorp en op 20 juli 2022 in het openbaar uitgesproken.