ECLI:NL:RBDHA:2022:7177
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtigingen voorlopig verblijf wegens belangenafweging gezinsleven en Nederlands algemeen belang
Eisers, familieleden van een Eritrese pleegzoon die in Nederland verblijft, vroegen machtigingen tot voorlopig verblijf (mvv) aan om bij hem te wonen. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvragen af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Eisers stelden dat het besluit in strijd was met artikel 8 EVRM Pro en dat Nederland een positieve verplichting had hen verblijf toe te staan.
De rechtbank overwoog dat er een beschermenswaardig gezinsleven bestaat tussen referent en eisers, maar dat het Nederlands algemeen belang bij een restrictief toelatingsbeleid zwaar weegt. Verweerder had aannemelijk gemaakt dat eisers waarschijnlijk een beroep zullen doen op bijstand en voorzieningen, wat het economisch welzijn raakt.
Verder was het gezinsleven tussen referent en eisers sinds het vertrek van referent naar Nederland in 2017 van geringe intensiteit en invulling, mede omdat referent sinds zijn vierde jaar deel uitmaakt van het gezin van zijn pleegvader. Eisers hadden onvoldoende onderbouwd dat dit anders was. De rechtbank vond dat invulling op afstand passend is en dat verweerder terecht afzag van nader onderzoek en het horen van eisers.
De belangenafweging was zorgvuldig en de afwijzing van de mvv-aanvragen was niet in strijd met artikel 8 EVRM Pro. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de afwijzing van de machtigingen tot voorlopig verblijf.