ECLI:NL:RBDHA:2022:7120
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling ongegrond verklaard
De eiser, een Tunesische vreemdeling, is op 10 mei 2022 een maatregel van bewaring opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting.
De rechtbank toetste of de maatregel sinds het sluiten van het eerdere onderzoek rechtmatig is voortgezet. Eiser klaagde over het ontbreken van een tolk bij vertrekgesprekken en het spreken over terugkeer terwijl zijn asielaanvraag nog liep. De rechtbank oordeelde dat het eerste vertrekgesprek met een Arabische tolk was gehouden en dat eiser de Engelse gesprekken begreep. Tevens was de terugkeer besproken onder het voorbehoud van afwijzing asiel.
Verder handelde de verweerder voortvarend door tijdig een laissez-passer aan te vragen en diplomatieke contacten te onderhouden. Het ontbreken van een laissez-passer kon niet worden gezien als gebrek aan concreet zicht op uitzetting. De Tunesische autoriteiten konden de nationaliteit van eiser niet bevestigen, maar eiser gaf onvoldoende medewerking aan identificatie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.