ECLI:NL:RBDHA:2022:7119
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen voortduren maatregel van bewaring wegens detentiegeschiktheid en vertrekgesprekken
Eiser, met Portugese nationaliteit, is op 6 mei 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek zonder zitting gesloten op 7 juli 2022.
De rechtbank stelt vast dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek rechtmatig was. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit bevestigd en geoordeeld dat eiser niet medisch ongeschikt is voor detentie. Eiser klaagt over het ontbreken van vertrekgesprekken en het gebrek aan zicht op uitzetting.
Uit voortgangsrapportages blijkt dat uitzetting op 18 mei 2022 is geannuleerd vanwege niet meewerken aan een coronatest. Eiser is overgeplaatst naar een psychiatrisch centrum waar contact is gezocht met behandelaars, maar vertrekgesprekken waren niet mogelijk vanwege zijn agressieve en chaotische gedrag. Verwacht wordt dat zijn situatie stabiliseert bij dwangmedicatie.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarend handelt en dat er geen aanwijzingen zijn dat eiser niet in staat is tot vertrekgesprekken of dat zijn medische zorg ontoereikend is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.