ECLI:NL:RBDHA:2022:7119

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 juli 2022
Publicatiedatum
18 juli 2022
Zaaknummer
NL22.12443
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000Art. 96 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen voortduren maatregel van bewaring wegens detentiegeschiktheid en vertrekgesprekken

Eiser, met Portugese nationaliteit, is op 6 mei 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek zonder zitting gesloten op 7 juli 2022.

De rechtbank stelt vast dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek rechtmatig was. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit bevestigd en geoordeeld dat eiser niet medisch ongeschikt is voor detentie. Eiser klaagt over het ontbreken van vertrekgesprekken en het gebrek aan zicht op uitzetting.

Uit voortgangsrapportages blijkt dat uitzetting op 18 mei 2022 is geannuleerd vanwege niet meewerken aan een coronatest. Eiser is overgeplaatst naar een psychiatrisch centrum waar contact is gezocht met behandelaars, maar vertrekgesprekken waren niet mogelijk vanwege zijn agressieve en chaotische gedrag. Verwacht wordt dat zijn situatie stabiliseert bij dwangmedicatie.

De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarend handelt en dat er geen aanwijzingen zijn dat eiser niet in staat is tot vertrekgesprekken of dat zijn medische zorg ontoereikend is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL22.12443

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. R. Deniz),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 6 mei 2022 aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft voortgangsgegevens overgelegd.
Eiser heeft daarop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 7 juli 2022 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Portugese nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 23 mei 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:5087, volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek de maatregel van bewaring rechtmatig is.
4. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft bij uitspraak van 4 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1877, deze uitspraak van de rechtbank bevestigd en geoordeeld dat verweerder zich voldoende heeft ingespannen en voldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij het opleggen van de maatregel van bewaring. Ook heeft de Afdeling geoordeeld dat eiser niet heeft onderbouwd dat hij om medische redenen detentieongeschikt is.
5. Eiser voert aan dat er sinds zijn inbewaringstelling geen vertrekgesprekken met hem zijn gevoerd en dat er ook geen andere handelingen zijn verricht om zijn overdracht te bewerkstelligen. Daarnaast voert eiser aan dat onduidelijk is of zijn medicatie gaat aanslaan en of hij door zijn medicatie niet wordt beperkt in zijn vermogens om antwoorden te kunnen geven tijdens een vertrekgesprek. Volgens eiser handelt verweerder niet voortvarend en is er geen zicht op uitzetting.
6. De rechtbank stelt het volgende vast aan de hand van de voortgangsrapportage. De voor eiser geplande uitzetting op 18 mei 2022 is geannuleerd omdat eiser niet heeft meegewerkt aan een coronatest. Op 2 juni 2022 is eiser overgeplaatst naar het Centrum voor Transculturele Psychiatrie ‘Veldzicht’ te Balkbrug. Sindsdien is vier keer, te weten op 2 juni 2022, 7 juni 2022, 15 juni 2022 en 30 juni 2022 contact opgenomen met de behandelaars van eiser om na te gaan of er een vertrekgesprek met eiser gevoerd kan worden. Dit bleek echter niet mogelijk te zijn vanwege eisers agressieve, achterdochtige en chaotische gedrag. Uit de laatst bekende stand van zaken op 30 juni 2022 blijkt dat verwacht wordt dat eisers situatie stabieler wordt als hij is ingesteld op dwangmedicatie en dat is afgesproken dat dit per week bekeken wordt.
7. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verweerder voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser. De enkele omstandigheid dat de inspanningen van verweerder nog niet hebben geleid tot het voeren van een vertrekgesprek met eiser is geen aanleiding om anders te oordelen. In wat door eiser is aangevoerd, kan verder geen aanknopingspunt worden gevonden om aan te nemen dat niet kan worden uitgegaan van de verwachting dat eisers situatie zal stabiliseren of om aan te nemen dat hij vanwege zijn medicatie niet meer in staat is om vertrekgesprekken te voeren. De rechtbank volgt eiser dan ook niet in zijn stelling dat er geen concreet zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Portugal bestaat.
8. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat niet alsnog is gebleken dat eiser om medische redenen niet in staat is om de bewaring te ondergaan, dan wel dat de voor hem beschikbare medische zorg niet toereikend is of dat door een gebrek daaraan zijn gezondheidssituatie verslechtert.
9. Het beroep is ongegrond. Om die reden wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart het beroep ongegrond;
 wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.