ECLI:NL:RBDHA:2022:7101
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na werkweigering tijdens coronacrisis
Eiser was sinds 2016 in dienst bij McDonalds en werkte sinds februari 2020 tijdelijk als host. Vanaf april 2020 verscheen hij niet meer op het werk en negeerde hij herhaalde oproepen van zijn werkgever om contact op te nemen en het werk te hervatten. De werkgever sprak hem op staande voet ontslag uit wegens werkweigering. Eiser vroeg vervolgens een WW-uitkering aan, die werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.
De rechtbank overwoog dat eiser zonder overleg en zonder geldige reden zijn werkzaamheden staakte en dat hij de pogingen van de werkgever om contact te zoeken heeft genegeerd. Hoewel eiser stelde dat de werkomstandigheden onveilig waren vanwege de coronacrisis, had hij dit moeten bespreken met de werkgever. De gedragingen van eiser voldeden aan de criteria van dringende reden zoals bedoeld in artikel 7:678 BW Pro.
De rechtbank concludeerde dat eiser verwijtbaar werkloos is en dat de weigering van de WW-uitkering terecht is. Daarnaast werd vastgesteld dat het ontbreken van de naam van een medewerkster die een rol had in de besluitvorming geen nadeel voor eiser opleverde. Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder werd opgedragen het griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Eiser is verwijtbaar werkloos verklaard en heeft geen recht op WW-uitkering.