ECLI:NL:RBDHA:2022:6607

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 juli 2022
Publicatiedatum
7 juli 2022
Zaaknummer
NL22.5912
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55c AwbArt. 8:57 AwbTijdelijke wet opschorting dwangsommen IND
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens inwilliging asielaanvraag en ontbreken procesbelang

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag. De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan, waarbij verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft gereageerd. Vervolgens heeft verweerder het asielverzoek van eiser alsnog ingewilligd.

De rechtbank stelt vast dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit daarmee feitelijk zijn doel heeft verloren, zodat het procesbelang ontbreekt. Eiser stelde zich nog op het standpunt dat er procesbelang bestaat vanwege het niet toekennen van bestuurlijke dwangsommen, maar de rechtbank oordeelt dat op grond van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND het vaststellen van bestuurlijke dwangsommen niet mogelijk is.

De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk, maar veroordeelt verweerder wel in de proceskosten van eiser vanwege het feit dat verweerder alsnog aan het verzoek heeft voldaan tijdens de procedure. De proceskosten worden vastgesteld op €379,50.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na inwilliging van de asielaanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL22.5912

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. M. Grigorjan),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag.
De rechtbank heeft het voornemen geuit om uitspraak te doen zonder een zitting te houden. Eiser heeft hierop instemmend gereageerd. Verweerder heeft niet binnen de daartoe gestelde termijn gereageerd.
Bij besluit van 20 juni 2022 heeft verweerder eisers asielaanvraag ingewilligd.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag van eiser, dient te worden vastgesteld dat inmiddels alsnog een besluit op die aanvraag is genomen zodat eiser om die reden in zoverre geen procesbelang meer heeft bij dit beroep.
2. Een procesbelang kan nog wel zijn gelegen in de overweging van verweerder om geen bestuurlijke dwangsommen toe te kennen. Verweerder heeft daartoe gewezen op artikel 1 van Pro de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND (Tijdelijke wet). In dat artikel is onder andere artikel 8:55c van de Awb, op grond waarvan de bestuursrechter op verzoek de verbeurde bestuurlijke dwangsommen kan vaststellen, buiten toepassing verklaard. Eiser heeft gewezen op de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, van 23 maart 2022, [1] maar deze uitspraak leidt op dit punt niet tot een ander oordeel. In deze uitspraak is namelijk niet het afschaffen van de bestuurlijke dwangsommen onverbindend verklaard, maar slechts het afschaffen van de rechterlijke dwangsommen. Dit levert dan ook niet alsnog procesbelang op, zodat het beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
3. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Ook wanneer een beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, bestaat daartoe de mogelijkheid. Dat is in het bijzonder het geval als het bestuursorgaan aan de indiener van het beroep is tegemoetgekomen. Dit volgt uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), bijvoorbeeld de uitspraak van 15 september 2021. [2] Uit de jurisprudentie van de Afdeling volgt verder dat sprake is van tegemoetkomen in situaties als die van eiser waarin hangende een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een besluit wordt genomen, bijvoorbeeld de uitspraak van 3 juni 2015. [3] Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 379,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 759,- en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
 veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 379,50 (driehonderdnegenenzeventig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.