ECLI:NL:RBDHA:2022:6553
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bedreigingen door Colombiaanse bende
Eiser, een Colombiaanse staatsburger, vroeg asiel aan in Nederland wegens vermeende doodsbedreigingen door een Colombiaanse bende. Verweerder (de staatssecretaris) wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en legde een inreisverbod op. De rechtbank behandelde het beroep op 30 juni 2022, waarbij eiser en zijn gemachtigde afwezig waren.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende objectief bewijs leverde voor zijn beweringen. De aangifte van zijn echtgenote was tegenstrijdig met zijn eigen verklaringen en de frequentie van bedreigingen was onduidelijk. Eiser kon ook niet aangeven met welke bende hij te maken had en gaf geen concrete details over de bedreigingen of de betaling die werd gevraagd.
Gelet op deze inconsistenties en het ontbreken van externe geloofwaardigheidsindicatoren, vond de rechtbank het asielrelaas ongeloofwaardig en gaf eiser niet het voordeel van de twijfel. De rechtbank bevestigde dat de afwijzing als kennelijk ongegrond terecht was en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd het inreisverbod gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond met oplegging van een inreisverbod.