ECLI:NL:RBDHA:2022:648
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen blokkering bijstandsuitkering
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de blokkering van haar bijstandsuitkering door het college van burgemeester en wethouders van Delft, die sinds 1 november 2021 is geblokkeerd vanwege vermoedelijke inkomsten uit arbeid. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld op 19 januari 2022.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een spoedeisend belang, aangezien zij in de maanden voorafgaand aan de blokkering dubbele inkomsten had uit arbeid en bijstand. Daarnaast is het besluit van verweerder niet evident onrechtmatig, omdat er een gegronde reden was om te vermoeden dat verzoekster geen recht meer had op de volledige bijstandsuitkering, mede door het ontvangen signaal van de belastingdienst en de loonspecificaties.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 2 februari 2022 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen blokkering bijstandsuitkering wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang en niet evident onrechtmatig besluit.