ECLI:NL:RBDHA:2022:6402
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing MVV-aanvraag wegens onvoldoende belangenafweging gezinsleven
Eiser, een Eritrese nationaliteit bezittende man, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) om bij zijn zoon in Nederland te verblijven. De aanvraag werd door verweerder afgewezen vanwege het ontbreken van hechte persoonlijke banden en het niet voldoen aan het middelenvereiste. In bezwaar werd het gezinsleven tussen eiser en zijn zoon erkend, maar de aanvraag alsnog afgewezen op grond van belangenafweging waarbij het economisch belang van Nederland zwaarder werd geacht.
De rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen van de minderjarige zoon, die psychische schade ondervindt door het gemis van zijn vader, en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het economisch belang prevaleert boven het gezinsleven. Ook is het weigeren van DNA-onderzoek onterecht gemotiveerd. De rechtbank oordeelt dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd en vernietigt het.
Verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan eiser. Het beroep wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.