ECLI:NL:RBDHA:2022:6251
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning au pair wegens ontbreken culturele uitwisseling en relatie-intentie
Eiseres, een Thaise nationaliteit houdende vrouw, had een verblijfsvergunning op grond van de au pair-regeling die met terugwerkende kracht werd ingetrokken omdat niet voldaan was aan de voorwaarden van deze vergunning. Verweerder stelde dat eiseres niet primair voor culturele uitwisseling naar Nederland was gekomen, maar om een relatie met een Nederlandse partner aan te gaan.
Eiseres voerde aan dat zij met de juiste intenties naar Nederland was gekomen en pas hier haar partner had ontmoet. De rechtbank oordeelde echter dat wisselende verklaringen over de datum van kennismaking met haar partner en het ontbreken van deelname aan culturele activiteiten voldoende grond vormden voor de intrekking. Eiseres had weinig invulling gegeven aan het culturele programma en was snel bij haar partner gaan wonen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat de au pair-regeling niet het primaire doel van eiseres was en dat de intrekking van de verblijfsvergunning daarom rechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de au pair verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.