ECLI:NL:RBDHA:2022:6243
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens onjuiste gegevens en geen schending artikel 8 EVRM
Eiseres, met de Marokkaanse nationaliteit, kreeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als gezinslid van haar echtgenoot, de referent. Deze vergunning werd met terugwerkende kracht ingetrokken omdat bij de aanvraag onjuiste gegevens waren verstrekt over een dienstverband van de referent, wat tot afwijzing van de aanvraag had geleid.
De rechtbank oordeelt dat het verstrekken van onjuiste gegevens door de referent, ook al was eiseres daar niet van op de hoogte, voldoende grond is voor intrekking. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en bijzondere omstandigheden faalt, mede omdat eiseres geen duurzame gezinsbanden in Nederland heeft en de belangenafweging in het nadeel van eiseres uitvalt.
Verder is het opleggen van een inreisverbod rechtmatig en vormt dit geen schending van artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank wijst het beroep af en veroordeelt eiseres niet tot proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning en het opleggen van het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.