ECLI:NL:RBDHA:2022:6129
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen onvoorwaardelijke toekenning asielvergunning
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarbij haar asielaanvraag in de verlengde procedure is ingewilligd met een verblijfsvergunning geldig van 18 mei 2018 tot 18 mei 2023.
De rechtbank heeft ambtshalve beoordeeld of eiseres procesbelang heeft bij haar beroep, aangezien zij reeds een onvoorwaardelijke verblijfsvergunning heeft gekregen. De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat de vergunning niet onder voorbehoud is verleend en eiseres daardoor geen belang heeft bij voortzetting van het beroep.
Verder werd overwogen dat een eventuele herbeoordeling van de vergunning na afloop van het besluit- en vertrekmoratorium niet betekent dat het besluit onder voorbehoud is genomen. Ook het verweer dat de motivering onvoldoende zou zijn, leidt niet tot procesbelang zolang de vergunning onvoorwaardelijk is.
De rechtbank wees het beroep af wegens gebrek aan procesbelang en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang omdat eiseres reeds een onvoorwaardelijke asielvergunning heeft ontvangen.