Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 januari 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Stichting Christelijk Onderwijs Haaglanden, uit Den Haag (hierna: de werkgever)
Rechtbank Den Haag
Eiseres, voormalig peuterleidster, kreeg per 19 december 2019 geen WIA-uitkering meer na een herbeoordeling door het UWV. Zij stelde dat zij niet voldoende gehoord was en dat haar klachten onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank oordeelde dat het horen een essentieel onderdeel is van de bezwaarprocedure en dat de hoorzitting onterecht was geannuleerd zonder telefonisch alternatief, waardoor het beroep gegrond is wegens schending van de hoorplicht.
Desondanks liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door de verzekeringsarts en de beperkingen van eiseres adequaat waren vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst. De aanvullende medische stukken die eiseres in beroep aanvoerde, bevatten geen nieuwe medische gegevens die aanleiding geven tot twijfel aan de beoordeling.
De rechtbank concludeerde dat de medische en arbeidskundige beoordelingen juist waren en vernietigde het bestreden besluit alleen formeel wegens de procedurele schending. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens schending van de hoorplicht, het besluit wordt vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand.