ECLI:NL:RBDHA:2022:5727
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ontheffing inburgeringsvereiste bij aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiseres, een Marokkaanse vrouw, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met verblijfsdoel familie en gezin bij haar Nederlandse partner. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan het inburgeringsvereiste en geen recht had op ontheffing daarvan. Eiseres voerde aan dat zij analfabeet is en medische beperkingen heeft die haar deelname aan het inburgeringsexamen bemoeilijken, en dat zij en haar partner medisch afhankelijk van elkaar zijn, met een beroep op artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij voldoende inspanningen heeft geleverd om het inburgeringsexamen te halen. De door eiseres overgelegde verklaringen waren tegenstrijdig en onvoldoende onderbouwd. Ook de medische verklaring bood geen grond voor ontheffing. De belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro was niet onredelijk, mede omdat eiseres geen onderbouwing leverde voor haar stellingen over medische afhankelijkheid en samenwoning.
Verder was het rechtmatig dat verweerder afzag van het horen, omdat het bezwaar op voorhand kansloos was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag mvv en het weigeren van ontheffing inburgeringsvereiste is ongegrond verklaard.