ECLI:NL:RBDHA:2022:5700
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming bij afgewezen asielaanvraag
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als ongegrond bij besluit van 22 juni 2021. Eiser stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro. Verweerder heeft bericht dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en de gemachtigde van eiser kon recent geen contact meer krijgen met eiser. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State wordt in zo'n situatie aangenomen dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op de bescherming die hij aanvankelijk zocht.
Omdat eiser niet langer contact onderhoudt met zijn gemachtigde en niet bekend is waar hij verblijft, neemt de rechtbank aan dat hij geen belang meer heeft bij de inhoudelijke behandeling van het beroep. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenverdeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling.