ECLI:NL:RBDHA:2022:5682
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbrekende documenten en onvoldoende hoorplicht
Eisers, allen van Eritrese nationaliteit en familieleden van een in Nederland verblijvende referent, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan. De staatssecretaris wees deze aanvragen af wegens het ontbreken van ondertekende antecedentenverklaringen, TBC-intentieverklaringen en recente pasfoto's. Eisers voerden aan dat het vanwege oorlog en beperkte bereikbaarheid onmogelijk was de ontbrekende stukken tijdig te overleggen en dat de hoorplicht was geschonden.
De rechtbank oordeelde dat eisers voldoende tijd hadden gekregen om de vereiste documenten te overleggen, inclusief een uitsteltermijn tot februari 2021. De omstandigheden in Eritrea en Ethiopië, zoals oorlog en lockdown, rechtvaardigden geen verlenging omdat de aanvraag al vóór deze beperkingen was ingediend. Het ontbreken van de antecedentenverklaring vormde een zelfstandige grond voor afwijzing.
Verder concludeerde de rechtbank dat de hoorplicht niet was geschonden omdat het bestuursorgaan op voorhand redelijkerwijs kon concluderen dat het bezwaar niet tot een ander besluit zou leiden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard voor zowel de ouders (eisers 1 en 2) als de overige eisers (3 tot en met 7).
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de mvv-aanvragen worden ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van vereiste documenten en geen schending van de hoorplicht.