Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Het verloop van de procedure
Overwegingen
Beslissing:
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak stond centraal of de officier van justitie terecht een proceskostenvergoeding van € 200,25 had toegekend voor negen samenhangende verkeersboetezaken. De gemachtigde voerde aan dat er onvoldoende samenhang was vanwege inhoudelijke verschillen in feiten en persoonlijke omstandigheden, en dat de werkzaamheden niet identiek waren.
De rechtbank stelde vast dat de negen zaken gelijktijdig waren behandeld en dat de werkzaamheden van de gemachtigde nagenoeg identiek waren, ondanks enkele inhoudelijke verschillen in de beroepsgronden. De bezwaren waren namelijk algemeen van aard en grotendeels gelijkluidend, wat betekende dat de behandeling van meerdere zaken geen reële extra inspanning vergde.
Op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht werd geconcludeerd dat samenhangende zaken als één zaak worden beschouwd voor de proceskostenvergoeding. De rechtbank vond dat de officier van justitie terecht een samenhangfactor van 1,5 had toegepast en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling ten gunste van de gemachtigde.
Uitkomst: Het beroep tegen de proceskostenvergoeding is ongegrond verklaard en de samenhangende behandeling van de negen zaken is bevestigd.