Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.[eisende partij sub 1] te [plaats 1] ,
[eisende partij sub 2]te [plaats 2] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 30 november 2021 met 17 producties,
- de conclusie van antwoord met twee producties,
- het tussenvonnis van 29 december 2021 waarin een mondelinge behandeling van de zaak is bevolen,
- de op voorhand voor de mondelinge behandeling door partijen toegestuurde stukken;
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling, gehouden op 9 maart 2022.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
inleiding
carte blanchewensten voor vijf jaar om IPA NL te besturen en te hervormen zoals zij dat wensten, zonder consultatie en controle door de leden, heeft dat bij de leden diepe wonden geslagen. Deze zeer ondemocratische handelwijze van [eisende partij sub 1] en [eisende partij sub 2] is de leden in het verkeerde keelgat geschoten en daarmee hebben [eisende partij sub 1] en [eisende partij sub 2] zich binnen IPA NL onmogelijk gemaakt. Uiteindelijk heeft dit ertoe geleid dat de leden het landelijk bestuur hebben gevraagd om [eisende partij sub 1] en [eisende partij sub 2] te royeren als lid. Zij hebben voordien echter zelf hun lidmaatschap opgezegd.
carte blanchevoor vijf jaren. In de dagvaarding zijn [eisende partij sub 1] en [eisende partij sub 2] hier niet op ingegaan. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eisende partij sub 1] uitgelegd dat hij inderdaad een dergelijk voorstel heeft gedaan na de ledenvergadering van november 2013. Hij voerde aan dat hij dit kort daarna in een gesprek met de heer [C] heeft teruggenomen en dat hij uit de reactie van [C] had afgeleid dat het punt van de baan was. Het was volgens [eisende partij sub 1] iets wat hij heeft gemaild in de emoties na de vergadering. Hij zag daarna ook in dat het geen oplossing zou zijn en niet bij de vereniging paste.
carte blanchevoor vijf jaar. De kwalificaties en conclusies die daaraan zijn verbonden door leden en districten van IPA NL zijn scherp en kritisch, maar daarvan kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gezegd dat die een feitelijke grondslag missen, apert onjuist zijn en erop gericht zijn om [eisende partij sub 1] en [eisende partij sub 2] te beschadigen. Daarbij is van belang dat er binnen een vereniging ruimte moet zijn voor het uiten van onvrede door de leden over het optreden van (voormalig) bestuursleden en medeleden. De uitlatingen in de brief van de oostelijke districten van mei 2014 en in het bestuursstandpunt van juni 2014 zijn naar het oordeel van de rechtbank niet onrechtmatig jegens [eisende partij sub 1] en [eisende partij sub 2] .
922,00(2,0 punten × tarief € 563,00)