ECLI:NL:RBDHA:2022:5274
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op handhavingsverzoek en verbeurde dwangsom
Eiser heeft op 30 juli 2021 een verzoek tot handhaving ingediend tegen het aanbrengen van een spanframe op de gevel van een school. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn van acht weken beslist en heeft de handhaving opgeschort vanwege een vergunningaanvraag. De rechtbank oordeelt dat de termijn is gaan lopen op 30 juli 2021, de datum van ontvangst van het verzoek, en dat de brief van verweerder van 4 oktober 2021 te laat was.
Verweerder heeft ook na ingebrekestelling op 27 september 2021 niet binnen de daaropvolgende 42 dagen beslist, waardoor de maximale dwangsom van €1.442,- is verbeurd. De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en draagt verweerder op het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
De rechtbank bevestigt dat het belang van eiser niet is komen te vervallen omdat de overtreding inmiddels is beëindigd. De uitspraak is gedaan door rechter C.T. Aalbers op 4 mei 2022 en is in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Verweerder heeft niet tijdig beslist op het handhavingsverzoek en verbeurt een dwangsom van €1.442,-, tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.