ECLI:NL:RBDHA:2022:5070
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaststelling eerste ziektedag ex-werkneemster in sociaal zekerheidsrecht
Intro Uitzendbureau heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin de eerste ziektedag van een ex-werkneemster is vastgesteld op 10 juli 2019. De ex-werkneemster was werkzaam via een uitzendovereenkomst en meldde zich op die datum ziek. Het UWV handhaafde dit besluit na bezwaar. Eiseres stelde dat de eerste ziektedag op 30 januari 2020 moest worden vastgesteld, onder verwijzing naar verklaringen dat de ex-werkneemster tussen september en november 2019 zonder klachten werkte.
De rechtbank overwoog dat de medische rapporten van de bedrijfsarts van het UWV zorgvuldig en consistent waren en dat er geen medische informatie was die de stellingen van eiseres ondersteunde. De bedrijfsarts concludeerde dat de ex-werkneemster vanaf 10 juli 2019 doorlopend arbeidsongeschikt was, mede omdat het aangepaste werk niet voldeed aan de medische adviezen.
De rechtbank verwierp het betoog van eiseres dat de ex-werkneemster volledig was hervat in haar oude werk, omdat de omvang en aard van de werkzaamheden onvoldoende waren onderbouwd en in strijd waren met de medische beperkingen. Ook de verwijzingen naar eerdere uitspraken van de Centrale Raad van Beroep boden geen steun.
Gelet op deze overwegingen oordeelde de rechtbank dat het beroep ongegrond is en bevestigde zij de vaststelling van de eerste ziektedag op 10 juli 2019.
Uitkomst: Het beroep van Intro Uitzendbureau wordt ongegrond verklaard en de eerste ziektedag blijft vastgesteld op 10 juli 2019.