ECLI:NL:RBDHA:2022:4923
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming en ontbreken procesbelang
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag buiten behandeling te stellen op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder b van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of er sprake is van procesbelang.
Verweerder heeft meegedeeld dat eiser sinds 14 april 2022 met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser verzocht informatie te verstrekken over het verblijf en contact met eiser, maar er is geen reactie ontvangen. Op basis van vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder mededeling vertrekt geen prijs meer stelt op bescherming.
De rechtbank concludeert dat er geen actueel contact is en dat eiser geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van het beroep. Daarom wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.