Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 mei 2022 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser,
het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar, verweerder
de Staat der Nederlanden (Ministerie van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Procesverloop
€ 52,62 verrekend met de bijstand die eiser op grond van de Participatiewet ontvangt, ter afbetaling van een lening die eiser bij verweerder heeft.
Overwegingen
17 mei 2022. De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn daardoor met (afgerond)
7 maanden is overschreden. Dit leidt volgens vaste jurisprudentie tot een schadevergoeding van € 1.000,-. De schadevergoeding komt voor rekening van de Staat.
8 januari 2018. Op 30 oktober 2019 is de gemeentelijke schuldhulpverlening van eiser voor het einde van de looptijd beëindigd. Het bezwaar van eiser tegen dit besluit is in het bestreden besluit I – op 3 maart 2020 – ongegrond verklaard.
17 mei 2022. De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn daardoor met (afgerond) 2 maanden is overschreden. Dit leidt volgens vaste jurisprudentie tot een schadevergoeding van € 500,-. De schadevergoeding komt voor rekening van de Staat.
Beslissing
- verklaart het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep gericht tegen het bestreden besluit I ongegrond;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding van schade aan eiser wegens overschrijding van de redelijke termijn tot en bedrag van € 1.000,-;
- verklaart het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep gericht tegen het bestreden besluit II ongegrond;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding van schade aan eiser wegens overschrijding van de redelijke termijn tot en bedrag van € 500,-.