Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 1.138,50.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster diende op 18 juni 2019 een asielverzoek in, dat bij besluit van 1 april 2021 werd afgewezen door verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit. Vervolgens verleende verweerder bij aanvullend besluit van 27 september 2021 alsnog de asielvergunning, waarna verzoekster het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelt dat de verklaringen van verzoekster in interviews na het bestreden besluit niet wezenlijk afwijken van haar eerdere verklaringen en dat er geen nieuwe of gewijzigde omstandigheden zijn gebleken die het aanvankelijke besluit rechtvaardigen. Daarom is sprake van een tegemoetkoming aan verzoekster in de zin van artikel 8:75a Awb.
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding toe en veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.138,50. Een hogere wegingsfactor wordt gerechtvaardigd vanwege de lange procedure en het ontbreken van onderbouwing door verweerder voor een uitzondering op de hoofdregel van proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot betaling van € 1.138,50 aan proceskosten aan verzoekster.