De rechtbank Den Haag heeft verdachte veroordeeld voor het medeplegen van de voorbereiding van een moord, gepleegd in de periode van 16 februari tot en met 9 maart 2021. De bewijsvoering berustte voornamelijk op ontsleutelde berichten van de versleutelde chatapplicatie Sky ECC, gecombineerd met telefoniegegevens, reisgegevens en andere digitale sporen die de verdachte koppelen aan het gebruikte Sky-ID.
De verdediging voerde onder meer aan dat de officier van justitie niet ontvankelijk moest worden verklaard vanwege vermeende misleiding over de technische betrokkenheid van Nederlandse opsporingsdiensten bij de hack van Sky ECC, en dat het bewijs onrechtmatig was verkregen. De rechtbank verwierp deze verweren, stellende dat de inzet van de interceptietool plaatsvond onder Franse rechterlijke machtiging en dat het vertrouwensbeginsel geldt, waardoor de Nederlandse rechter niet toetst aan de Franse opsporingsmethoden.
De inhoud van de Sky ECC-berichten toonde een planmatige voorbereiding van een liquidatie, met verwijzingen naar het slachtoffer, wapens en logistieke voorbereidingen. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte samen met anderen handelingen heeft verricht gericht op het plegen van moord, met voorwaardelijk opzet op het gebruik van vuurwapens en munitie.
Gezien de ernst van het feit, de professionele aard van de voorbereiding en het ontbreken van strafrechtelijke antecedenten, legde de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaar op. De voorlopige hechtenis van verdachte werd gehandhaafd. De rechtbank concludeerde dat er geen sprake was van vormverzuimen die strafvermindering rechtvaardigen.