ECLI:NL:RBDHA:2022:4435
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over toekenning WGA-uitkering wegens onvoldoende motivering duurzaamheid arbeidsongeschiktheid
Werkneemster meldde zich ziek met psychische klachten en ontving een loongerelateerde WGA-uitkering van het UWV. De Staatssecretaris van Financiën, als eigenrisicodrager, stelde dat werkneemster volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en recht had op een IVA-uitkering. Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond en baseerde zich op een rapport van een verzekeringsarts die volstond met dossierstudie zonder spreekuurcontact.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam zou zijn. Hoewel het onderzoek zorgvuldig was, ontbrak een gerichte beoordeling van de kans op herstel door de lopende behandeling, mede doordat geen overleg met behandelaars had plaatsgevonden. De psychiater gaf aan dat verbetering voorzichtig was en nog een lange weg te gaan was.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en beval het UWV binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het griffierecht en de proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid; het UWV moet een nieuw besluit nemen.