ECLI:NL:RBDHA:2022:4380
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige politieke vervolging en kennelijk ongegronde aanvraag
Eiser, een Angolese muzikant die politiek getinte muziek maakte en deelnam aan manifestaties, vroeg asiel aan in Nederland. Zijn aanvraag werd afgewezen omdat de door hem gestelde vervolging wegens politieke activiteiten ongeloofwaardig werd geacht en hij niet direct na binnenkomst asiel had aangevraagd, wat leidde tot een kennelijk ongegronde verklaring van de aanvraag.
Tijdens de procedure werd vastgesteld dat eiser niet tijdig een medisch advies had ontvangen tijdens de rust- en voorbereidingstermijn, wat een zorgvuldigheidsgebrek vormde. Dit gebrek werd echter gepasseerd omdat het medisch advies later geen beperkingen voor het horen en beslissen aangaf en eiser niet aannemelijk had gemaakt dat zijn situatie tijdens de gehoren anders was.
Verweerder had de verklaringen van eiser kritisch beoordeeld, onder meer vanwege inconsistenties in de overlijdensdatum van zijn broer en het ontbreken van overtuigend bewijs voor politieke vervolging. De rechtbank vond dat verweerder de elementen voldoende in onderlinge samenhang had gewogen. De aanvraag werd terecht afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van de proceskosten aan eiser vanwege het gepasseerde zorgvuldigheidsgebrek. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en de aanvraag blijft afgewezen.