ECLI:NL:RBDHA:2022:4324
Rechtbank Den Haag
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding kosten rechtsbijstand na sepot coronademonstratie
De strafzaak tegen verzoekster, die werd verdacht van overtreding van artikel 11 van Pro de Wet openbare manifestaties tijdens een coronademonstratie op het Malieveld, is beëindigd met een sepotbeslissing van de officier van justitie wegens ouderdom van het feit en beleidsmatige overwegingen.
Verzoekster vroeg vergoeding van advocaatkosten en kosten van het verzoekschrift ex artikel 530 Sv Pro. De rechtbank oordeelde dat ondanks het sepot een stevige verdenking bestond en dat de kosten daarom voor rekening van verzoekster blijven. De rechtbank concludeerde dat geen gronden van billijkheid aanwezig zijn om vergoeding toe te kennen.
De demonstratie was aanvankelijk verboden, maar later deels toegestaan. Verzoekster was aanwezig en werd aangehouden na het niet opvolgen van bevelen tot ontbinding. De sepot vond plaats vanwege een grote achterstand in de strafrechtketen en niet wegens gebrek aan bewijs.
De rechtbank overwoog dat de onschuldpresumptie niet werd geschonden door het sepot en dat de verdenking voldoende was. Het verzoek tot vergoeding van kosten werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van advocaatkosten na sepot wordt afgewezen wegens ontbreken van gronden van billijkheid.