ECLI:NL:RBDHA:2022:4137
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking studiefinanciering wegens ontbreken arbeidsverhouding migrerend werknemer
Eiser, een Britse student die studiefinanciering ontving voor november en december 2019, werd door verweerder de studiefinanciering ingetrokken wegens het niet voldoen aan de nationaliteitseis en het ontbreken van een arbeidsverhouding als migrerend werknemer.
Eiser voerde aan dat hij wel als migrerend werknemer moest worden beschouwd op grond van het Unierecht en dat hij recht had op studiefinanciering en het studentenreisproduct. Verweerder stelde dat eiser in november 2019 geen arbeidsverhouding had en in december 2019 geen arbeid had verricht.
De rechtbank oordeelde dat eiser op 1 november 2019 geen arbeidsverhouding had omdat zijn arbeidsovereenkomst met de eerste werkgever was beëindigd en de nieuwe overeenkomst pas op 6 november 2019 inging. In december 2019 had eiser geen arbeid verricht. Daarom kon eiser niet als migrerend werknemer worden aangemerkt en was de intrekking van de studiefinanciering terecht.
Het primaire besluit was onvoldoende gemotiveerd, en het bestreden besluit werd vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.