ECLI:NL:RBDHA:2022:3735
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken tot toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende nakoming verplichtingen
De rechtbank Den Haag behandelde op 29 maart 2022 de verzoeken van twee schuldenaren tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De verzoekers verkeerden in een problematische schuldensituatie en wilden via de WSNP hun schulden saneren.
De rechtbank beoordeelde de verzoeken aan de hand van de Faillissementswet, met name de artikelen over goede trouw, beheersing van omstandigheden die tot schulden leidden, en de nakoming van verplichtingen uit de WSNP. Uit het dossier en de zitting bleek dat de verzoekers niet spontaan alle relevante informatie verstrekten en onvoldoende medewerking toonden, vooral met betrekking tot vermogensbestanddelen in Marokko en een eerdere bijstandsfraudezaak.
Daarnaast kon de verzoekster niet aantonen dat haar psychosociale problemen beheersbaar waren, omdat zij geen verklaring van een hulpverlenende instantie overlegde en haar traumabehandeling nog niet was afgerond. Hierdoor achtte de rechtbank het niet aannemelijk dat zij de verplichtingen van de WSNP naar behoren zou kunnen nakomen.
Op grond van deze bevindingen wees de rechtbank de verzoeken af. De verzoekers hebben het recht om binnen acht dagen hoger beroep in te stellen bij het gerechtshof te Den Haag.
Uitkomst: De rechtbank wijst de verzoeken tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af wegens onvoldoende aannemelijkheid dat de verplichtingen worden nagekomen.