ECLI:NL:RBDHA:2022:3432
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen politierechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de politierechter die hem behandelt in een strafzaak wegens mishandeling. Hij stelde dat de politierechter vooringenomen is door het procesdossier te vervalsen, niet in te gaan op aanhoudingsverzoeken en het niet verstrekken van camerabeelden.
De rechtbank oordeelt dat het procesdossier niet vervalst is, omdat het verwijderen van persoonsgegevens en het herschikken van stukken geen aanwijzing voor partijdigheid vormt. Ook zijn procedurele beslissingen van de politierechter, zoals het inplannen van het bezwaarschrift voorafgaand aan de strafzaak en het voorleggen van het aanhoudingsverzoek aan de officier van justitie, niet onbegrijpelijk of onrechtmatig.
De politierechter heeft bovendien de camerabeelden getoond tijdens de zitting, zodat verzoeker deze kon vergelijken met eerder ingeziene beelden. De wrakingskamer concludeert dat er geen objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid bestaat en wijst het wrakingsverzoek af. Het proces wordt voortgezet in de stand van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de politierechter wordt afgewezen wegens gebrek aan feitelijke grondslag voor vooringenomenheid.