Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 25 januari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Overwegingen
- het patiëntendossier;
- een ondersteuningsbrief/rapport van LGBT Asylum support van 12 november 2020;
- een e-mailbericht van de woonbegeleider van het COa van 2 juni 2020;
- een brief van de directeur van de Prismagroep van 23 juni 2020;
- een brief van de projectleider van Prismagroep van 19 juni 2020;
- twee brieven van deelnemers aan het LGBT-café;
- een uitspraak van zittingsplaats Arnhem van 2 november 2020.
dientte worden. In het besluit staat dat op meerdere momenten overleg is gepleegd met de coördinator; daaruit volgt dat de coördinator is geraadpleegd voor het besluit is genomen. Daarmee is voldaan aan de werkinstructie 2019/17. Bij brief van 26 augustus 2021 heeft verweerder bovendien de minuut ingestuurd die in deze zaak is opgemaakt door verweerder. Daaruit blijkt ook dat verweerder de LHBTI-coördinator op meerdere momenten in de procedure heeft geraadpleegd: voorafgaand aan de beslissing om eiser te horen, tijdens het gehoor en voordat het besluit is genomen. Eiser heeft gelijk als hij stelt dat uit de minuut nog steeds niet blijkt wat er tijdens die contacten is besproken. Maar uit de werkinstructie 2019/17 volgt naar het oordeel van de rechtbank niet dat verweerder voor de vreemdeling inzichtelijk moet maken wat er tijdens de contactmomenten is besproken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat geen sprake is van een zorgvuldigheids- of motiveringsgebrek en dat verweerder heeft gehandeld conform werkinstructie 2019/17.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;