ECLI:NL:RBDHA:2022:3241
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot faillietverklaring wegens onvoldoende steunvorderingen
Verzoekers hebben bij de rechtbank Den Haag een verzoek tot faillietverklaring van verweerder ingediend, gebaseerd op een geldleningsovereenkomst en twee steunvorderingen. De hoofdvordering betrof een bedrag van €39.000,-, terwijl als steunvorderingen een regresvordering van de ex-echtgenote van verweerder en een vordering van de Regionale Belasting Groep (RGB) werden gesteld.
Tijdens de zittingen op 22 maart en 5 april 2022 heeft verweerder het bestaan van de hoofdvordering erkend tot €34.750,-, maar de steunvorderingen gemotiveerd betwist. De rechtbank oordeelde dat de regresvordering onderdeel is van een vof-afwikkeling die niet summierlijk kan worden vastgesteld en dat de RGB-vordering niet bestaat, zoals blijkt uit een recente uitdraai van de RGB.
De rechtbank stelde vast dat voor faillietverklaring vereist is dat summierlijk blijkt dat de schuldenaar meerdere schuldeisers heeft en niet meer betaalt. Omdat de steunvorderingen niet voldoende waren onderbouwd, werd het verzoek afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter R. Cats en griffier C.R. Cortenbach-van der Lek LL.B. op 8 april 2022.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van meerdere schuldeisers.