Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2022:2908

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 maart 2022
Publicatiedatum
31 maart 2022
Zaaknummer
R.19.278
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Faillissementswet 350
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussentijdse beëindiging van wettelijke schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen

De schuldenares is op 19 november 2019 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) met een looptijd van drie jaar, die oorspronkelijk zou eindigen op 19 november 2022. De bewindvoerder diende op 3 januari 2022 een verzoek in tot tussentijdse beëindiging van de regeling, omdat de schuldenares vanaf mei 2021 niet meer voldeed aan haar informatie- en sollicitatieverplichtingen.

Tijdens de zitting van 31 maart 2022 verscheen de bewindvoerder, maar de schuldenares was afwezig ondanks correcte oproeping en gaf vooraf geen verklaring voor haar afwezigheid. De rechtbank concludeerde op basis van de stukken en de zitting dat de schuldenares deze verplichtingen niet is nagekomen en dat dit haar te verwijten valt.

Gezien de ernst van de tekortkomingen besloot de rechtbank het verzoek van de bewindvoerder toe te wijzen en de WSNP tussentijds te beëindigen. Tevens werd de vergoeding van de bewindvoerder vastgesteld op €3.002,11 en kreeg deze opdracht om een eventueel resterend boedelsaldo onder de schuldeisers te verdelen.

De beëindiging betekent dat schuldeisers hun vorderingen weer op de schuldenares kunnen verhalen en dat zij tien jaar niet opnieuw kan worden toegelaten tot de WSNP.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt de WSNP tussentijds wegens niet-nakoming van verplichtingen door de schuldenares.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Insolventies
insolventienummer: C/09/19/278 R
vonnis van 31 maart 2022
in de schuldsaneringsregeling van:
[saniet]
geboren op [geboortedatum]-1985 te [geboorteplaats],
wonende op een geheim adres binnen het arrondissement van de rechtbank Den Haag.
Waar deze zaak over gaat
[saniet] zit in de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De bewindvoerder heeft een verzoek tot tussentijdse beëindiging gedaan. De rechtbank beoordeelt nu of dat verzoek moet worden toegewezen. Als dat gebeurt wordt de WSNP zonder schone lei beëindigd voor de oorspronkelijke einddatum van die regeling. Dat betekent dat schuldeisers hun vorderingen weer op [saniet] kunnen verhalen en dat [saniet] tien jaar lang niet opnieuw toegelaten kan worden tot de WSNP.
De rechtbank zal het verzoek van de bewindvoerder toewijzen. Zij legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.1. Verloop van de procedure

1.1.
[saniet] is op 19 november 2019 toegelaten tot de WSNP. Daarbij is, voor het laatst, mr. D. de Loor tot rechter-commissaris en P. Adam (Adam & Noordzij Bewindvoering) te Zuid-Beijerland tot bewindvoerder benoemd.
1.2.
De looptijd van de regeling is drie jaar en loopt dus in beginsel af op 19 november 2022.
1.3.
De bewindvoerder heeft op 3 januari 2022 een verzoek tot tussentijdse beëindiging van de regeling gedaan. Volgens de bewindvoerder komt [saniet] de informatie- en de sollicitatieverplichting vanaf in ieder geval mei 2021 niet (voldoende) na.
1.4.
De bewindvoerder heeft in aanloop naar de zitting de rechtbank op 8 maart 2022 geïnformeerd over de laatste stand van zaken. Hieruit blijkt dat vanaf mei 2021 niks meer van [saniet] is vernomen.
1.5.
Het verzoek is op de zitting van 31 maart 2022 behandeld. Op die zitting verscheen de bewindvoerder. [saniet] is niet verschenen terwijl zij wel op de juiste manier is opgeroepen.
2. De beoordeling
2.1.
Van personen die zijn toegelaten tot de WSNP wordt verwacht dat zij zich maximaal inspannen om te voldoen aan de daaraan verbonden verplichtingen. Deze verplichtingen bestaan (samengevat) uit het verstrekken van voldoende informatie aan de bewindvoerder, de inspanning om fulltime betaald te werken of aantoonbaar te solliciteren naar betaald fulltime werk, het niet laten ontstaan van nieuwe schulden en het afdragen van een bepaald deel van het inkomen aan de boedel.
2.2
De rechtbank moet beoordelen of het verwijt dat [saniet] niet aan de informatie- en sollicitatieverplichting voldoet gegrond is en als dat zo is, of dat dan ook moet leiden tot tussentijdse beëindiging van de regeling.
2.3
[saniet] is niet op de zitting verschenen terwijl zij wel op de juiste manier is opgeroepen. Zij heeft ook niet (van tevoren) uitgelegd wat hiervan de reden is. Dat betekent dat [saniet] ervoor heeft gekozen niet toe te lichten waarom zij de informatie- en sollicitatieverplichting vanaf mei 2021 opeens niet meer is nagekomen. De rechtbank stelt daarom op basis van de stukken en wat op de zitting met de bewindvoerder is besproken vast dat [saniet] deze twee verplichtingen niet is nagekomen.
2.4
De rechtbank is van oordeel dat het niet nakomen van deze verplichtingen aan [saniet] te verwijten is en zo ernstig is dat de regeling tussentijds moet worden beëindigd. De rechtbank zal het verzoek van de bewindvoerder daarom toewijzen.
2.5
De rechtbank zal de vergoeding van de bewindvoerder vaststellen en de bewindvoerder opdracht geven een eventueel resterend boedelsaldo te verdelen onder de schuldeisers.

3.De beslissing

De rechtbank:
- beëindigt de schuldsaneringsregeling tussentijds;
- stelt de vergoeding van de bewindvoerder vast op € 3.002,11 (inclusief de verschuldigde omzetbelasting), voor zover de boedel toereikend is;
- geeft opdracht aan de bewindvoerder om een eventueel resterend boedelsaldo -na voldoening van de vergoeding van de bewindvoerder en de kosten- te verdelen onder de schuldeisers.
Dit is een beslissing van mr. R. Cats, rechter, in samenwerking met C.R. Cortenbach-van der Lek LL.B., griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2022.