ECLI:NL:RBDHA:2022:2897
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen verlening omgevingsvergunning ondanks vermeende privaatrechtelijke belemmering
Derde-partij ontving een omgevingsvergunning voor het herinrichten van een winkelruimte naar een woning, ondanks dat dit in strijd is met het bestemmingsplan vanwege gebruik op de begane grond. Eiser, huurder van een naastgelegen bovenwoning, stelde dat de vergunning een evidente privaatrechtelijke belemmering vormt omdat hij exclusief gebruiksrecht zou hebben op een deel van de binnentuin en de zijingang.
De rechtbank overwoog dat volgens vaste jurisprudentie een privaatrechtelijke belemmering alleen aan vergunningverlening in de weg staat als deze evident is. Uit de huurovereenkomst en de overgelegde documenten bleek echter geen exclusief gebruiksrecht van eiser op de binnentuin, noch dat de afspraken bindend waren voor de eigenaar/verhuurder.
Daarom kon niet worden aangenomen dat de vergunning een evidente privaatrechtelijke belemmering oplevert. De rechtbank wees het beroep af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter C.T. Aalbers op 25 maart 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning is ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een evidente privaatrechtelijke belemmering.