ECLI:NL:RBDHA:2022:2697

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 maart 2022
Publicatiedatum
28 maart 2022
Zaaknummer
AWB 20/5184
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning familie- of gezinslid

Verzoekster heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als familie- of gezinslid bij een persoon. Deze aanvraag is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen bij een besluit van 8 november 2019. Het bezwaar tegen dit besluit is eveneens ongegrond verklaard op 2 juni 2020. Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.

De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen mogelijk is zolang de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Omdat de rechtbank op dezelfde dag al op het beroep heeft beslist in een andere zaak, is een voorlopige voorziening niet meer mogelijk. Daarom wordt het verzoek afgewezen.

De voorzieningenrechter veroordeelt de Staatssecretaris tot vergoeding van de door verzoekster gemaakte proceskosten voor het verzoek om voorlopige voorziening, vastgesteld op € 759,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 178,-. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de Staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 20/5184

uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 maart 2022 in de zaak tussen

[naam verzoekster] , verzoekster,

V-nummer: [V-nummer]
gemachtigde: mr. M.L. van Leer,
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 8 november 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [persoon A] ’ afgewezen.
Bij besluit van 2 juni 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Tevens heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en overweegt daartoe het volgende.
2. Een voorlopige voorziening is alleen mogelijk als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Bij uitspraak van heden, zaaknummer AWB 20/5183, heeft de rechtbank op het beroep beslist. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. In de uitkomst van de beroepsprocedure ziet de voorzieningenrechter aanleiding verweerder te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten voor het verzoek om een voorlopige voorziening. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 759,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 1).
4. De voorzieningenrechter ziet voorts aanleiding te bepalen dat verweerder aan verzoekster het door haar betaalde griffierecht van € 178,- moet vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 759,-;
  • bepaalt dat verweerder aan verzoekster het griffierecht van € 178,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.A. Groeneveld, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B. Tijssen, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 18 maart 2022.
De voorzieningenrechter is verhinderd te
tekenen.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.