Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst de verzoeken om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eisers, van Nigeriaanse nationaliteit, werden op 13 januari 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel betrof ook hun vier minderjarige kinderen. Eisers stelden beroep in tegen de bewaring en verzochten tevens om schadevergoeding. De bewaring werd op 20 januari 2022 opgeheven.
De rechtbank beoordeelde of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was geweest. Eisers voerden aan dat de kinderen onrechtmatig in bewaring waren gesteld omdat zij niet in de processen-verbaal werden vermeld. De rechtbank stelde vast dat de kinderen wel degelijk staande gehouden en in bewaring gesteld waren, zoals blijkt uit het proces-verbaal van binnentreden en de motivering van de maatregel.
Verder werd geoordeeld dat de gronden voor de bewaring, waaronder het risico op ontduiking van toezicht en de noodzaak van overdracht conform de Dublinverordening, voldoende waren gemotiveerd. Het beroep op een lichter middel faalde omdat verweerder aannemelijk had gemaakt dat zonder bewaring de overdracht niet gewaarborgd was, mede doordat eisers niet wilden meewerken aan een PCR-test.
De rechtbank vond de gang van zaken weliswaar slordig vanwege het ontbreken van expliciete vermelding van de kinderen in sommige documenten, maar dit maakte de bewaring niet onrechtmatig. De beroepen werden ongegrond verklaard en de verzoeken om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de maatregel van bewaring ongegrond en wijst de verzoeken om schadevergoeding af.