Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst de verzoeken om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een Nigeriaans gezin met een minderjarig kind tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
De maatregel was opgelegd vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht op grond van de Dublinverordening en het risico dat het gezin zich aan toezicht zou onttrekken. Het gezin voerde aan dat zij onnodig lang in bewaring hadden gezeten en dat de weigering van een coronatest een reden was om hen niet in bewaring te stellen.
De rechtbank oordeelde dat het gezin slechts enkele dagen in bewaring had gezeten, kort voor de geplande vlucht, en dat de weigering van de coronatest niet betekende dat zij niet in bewaring mochten worden gesteld. Ook was onvoldoende onderbouwd waarom een lichter middel had moeten worden toegepast.
Daarom verklaarde de rechtbank de beroepen ongegrond en wees de verzoeken om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af en verklaart het beroep ongegrond.