Uitspraak
Verbod verhuizing c.q. vervangende toestemming verhuizing
[Y]
[X]
Procedure
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- M. Wamelink namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde een geschil tussen ouders over de verhuizing van hun minderjarige kind na feitelijke verhuizing van de moeder zonder toestemming van de vader. De vader verzocht om de hoofdverblijfplaats bij hem te bepalen en de moeder te verbieden te verhuizen, terwijl de moeder de verhuizing reeds had gerealiseerd en toestemming wilde voor de verhuizing.
De rechtbank overwoog dat de moeder voor het wijzigen van de woonplaats toestemming van de vader nodig had, welke niet was gegeven. De verhuizing leidt tot minder contact tussen vader en kind, wat niet in het belang van het kind is. De rechtbank achtte de noodzaak van de verhuizing onvoldoende aangetoond en vond dat de moeder niet mocht vertrouwen op stilzwijgende toestemming.
De rechtbank gaf de moeder tot 6 maart 2022 de gelegenheid om terug te verhuizen binnen 15 kilometer van de vader. Indien dit niet gebeurt, wordt de hoofdverblijfplaats bij de vader bepaald en krijgt hij vervangende toestemming voor inschrijving van het kind op school in zijn woonplaats. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep is aangekondigd.
Uitkomst: De rechtbank weigert toestemming voor de verhuizing en bepaalt voorwaardelijk de hoofdverblijfplaats bij de vader indien geen terugverhuizing plaatsvindt.