ECLI:NL:RBDHA:2022:203
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen feitelijke overdracht aan Spanje
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de voorgenomen feitelijke overdracht aan Spanje op grond van de Dublinverordening en verzocht om een voorlopige voorziening die de overdracht tijdelijk zou stoppen.
De voorzieningenrechter overweegt dat het bezwaar beperkt is tot de wijze van uitvoering van de overdracht en dat alleen nieuwe feiten en omstandigheden tot een andere beoordeling kunnen leiden. Uit eerdere uitspraak van de rechtbank Middelburg blijkt dat Spanje verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van verzoeker.
Verzoeker voert aan dat hij een kwetsbare vreemdeling is en dat overdracht ernstige mentale klachten zal veroorzaken vanwege het gemis van zijn broer, maar deze stellingen zijn onvoldoende onderbouwd en niet nieuw. Er is geen sprake van omstandigheden zoals bedoeld in het Bahaddar-arrest.
Daarom bestaat geen grond voor het treffen van een voorlopige voorziening en wordt het verzoek afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de feitelijke overdracht aan Spanje wordt afgewezen.