Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Bengaalse student, kreeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor studie, maar werd per 31 augustus 2020 afgemeld door de Haagse Hogeschool wegens onvoldoende studievoortgang. Verweerder trok daarop de vergunning in omdat eiser niet meer voldeed aan de studiebeperking.
Eiser betoogde dat verweerder zijn persoonlijke omstandigheden had moeten betrekken bij de beoordeling en dat hij niet op de hoogte was van een tijdelijke versoepeling van het middelenvereiste. De rechtbank stelde vast dat het aan de onderwijsinstelling is om te beoordelen of persoonlijke omstandigheden voldoende zijn om studievoortgang te belemmeren, en dat verweerder de afmelding terecht als grond voor intrekking gebruikte.
Verder had eiser voldoende gelegenheid gehad om zich opnieuw in te schrijven, maar heeft hij hiervan geen gebruik gemaakt. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit niet in strijd is met de Awb en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn om van intrekking af te zien. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning studie is ongegrond verklaard.