ECLI:NL:RBDHA:2022:1639
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete opgelegd wegens schending inlichtingenplicht Participatiewet zonder dringende redenen voor kwijtschelding
Eiser ontving vanaf mei 2016 een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Na herziening en beëindiging van de bijstand per november 2018 stelde het college van burgemeester en wethouders van Leiden dat eiser zijn inlichtingenplicht had geschonden door het niet tijdig en volledig verstrekken van bankafschriften. Dit leidde tot een boete van €5.530 die bij bezwaar en beroep werd gehandhaafd.
Eiser voerde aan dat vanwege zijn psychische situatie dringende redenen bestonden om af te zien van de boete, maar deze stelling werd niet met stukken onderbouwd. De rechtbank oordeelde dat dringende redenen incidenteel en uitzonderlijk moeten zijn en dat eiser hier niet aan voldeed. Ook het verweer dat hem geen verwijt treft wegens psychische problemen faalde wegens gebrek aan bewijs.
De hoogte van de boete werd niet bestreden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter P.M. de Keuning op 24 februari 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens schending van de inlichtingenplicht wordt ongegrond verklaard.