ECLI:NL:RBDHA:2022:1618
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken 15c-situatie en ongeloofwaardige vrees voor gedwongen rekrutering in Libië
Eiser, een Libische nationaliteit dragende man, diende in 2018 en 2020 asielaanvragen in Nederland in. De eerste aanvraag werd niet in behandeling genomen vanwege de Dublin-verordening. De tweede aanvraag werd afgewezen omdat de staatssecretaris oordeelde dat geen sprake was van een 15c-situatie, dat wil zeggen een uitzonderlijke situatie van grootschalig en willekeurig geweld in Libië.
De rechtbank stelde vast dat de identiteit en oorlogssituatie in Libië geloofwaardig waren, maar dat de vrees van eiser voor gedwongen rekrutering door gewapende milities niet aannemelijk was. De rechtbank baseerde zich op ambtsberichten en brieven aan de Tweede Kamer waarin werd geconcludeerd dat het aantal burgerslachtoffers beperkt bleef en dat het geweld niet wijdverspreid en willekeurig was.
Eiser voerde aan dat de situatie verslechterd was en verwees naar het reisadvies van het ministerie van Buitenlandse Zaken, maar de rechtbank oordeelde dat dit reisadvies niet bedoeld was voor asielbeoordelingen en onvoldoende onderbouwde dat de drempel van artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn was gehaald.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk een reëel risico liep op ernstige schade door gedwongen rekrutering. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag.