ECLI:NL:RBDHA:2022:15990
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens veilig derde land Bosnië en Herzegovina
Eiseres, van Syrische nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Bosnië en Herzegovina als veilig derde land geldt en eiseres een zodanige band met dat land heeft dat het redelijk is dat zij daarheen terugkeert.
Eiseres voerde aan dat zij geen contact meer heeft met haar echtgenoot die Bosnische nationaliteit bezit en dat zij geen toegang tot Bosnië zal krijgen vanwege het ontbreken van benodigde documenten, waaronder een VOG van de Syrische autoriteiten. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd dat zij geen contact meer heeft en dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat toegang tot Bosnië mogelijk is, onder meer via gezinshereniging of een zelfstandige asielaanvraag.
Verder stelde de rechtbank vast dat Bosnië partij is bij diverse mensenrechtenverdragen en dat de rechten van asielzoekers in Bosnië worden gewaarborgd. De rechtbank verwierp de stellingen van eiseres dat zij in Bosnië geen bescherming kan krijgen of dat aangifte doen haar situatie zou verergeren.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit terecht is genomen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag wegens veilig derde land Bosnië en Herzegovina.