Partijen sloten op 14 februari 2022 een leerwerkovereenkomst waarbij verzoeker als leerling-verpleegkundige werkzaamheden zou verrichten in het kader van haar opleiding. Tevens werd een praktijkovereenkomst gesloten met het Albeda College, waarbij verzoeker als student stond ingeschreven voor beroepspraktijkvorming bij Royaal Thuis.
Verzoeker stelde dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst die onregelmatig was opgezegd, en vorderde betaling van loon en transitievergoeding. Royaal betwistte dit en stelde dat de overeenkomst primair een opleidingskarakter had.
De kantonrechter stelde vast dat de tekst van de overeenkomst en de feitelijke uitvoering wezen op een overeenkomst gericht op het behalen van de opleiding. De werkzaamheden dienden ter ondersteuning van het leerproces en stonden onder begeleiding en controle. Hierdoor kwalificeert de overeenkomst niet als arbeidsovereenkomst in de zin van het BW.
Daarmee ontbrak een juridische grondslag voor de vorderingen van verzoeker, die dan ook werden afgewezen. Verzoeker werd veroordeeld in de proceskosten.