ECLI:NL:RBDHA:2022:15443
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en minderjarigheid
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep samen met een andere zaak op 15 november 2022 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
De rechtbank overwoog dat de geboortedatum van eiser volgens Italiaanse autoriteiten 2003 is, terwijl eiser een doopakte overlegt met geboortedatum 2005. De rechtbank achtte de Italiaanse gegevens leidend, mede omdat eiser geen authentieke identificerende documenten overlegt en geen concrete aanwijzingen geeft waarom de Italiaanse gegevens onjuist zouden zijn.
Verder oordeelde de rechtbank dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië blijft gelden, ondanks wetswijzigingen in Italië. De rapporten waar eiser naar verwijst tonen volgens de rechtbank geen zodanige structurele gebreken aan die het vertrouwensbeginsel ondermijnen. Eiser wordt geacht klachten over de Italiaanse procedure bij de Italiaanse autoriteiten te adresseren.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.