ECLI:NL:RBDHA:2022:15246
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens toepassing Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Italië
Eiseres diende in 2016 een asielaanvraag in Italië in en in 2019 een tweede in Nederland. Nederland weigerde de aanvraag in behandeling te nemen omdat Italië verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening. Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank stelde vast dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Italië nog steeds geldt, mede bevestigd door het arrest van het EHRM in de zaak M.T. tegen Nederland.
De rechtbank beoordeelde diverse rapporten over de opvang van kwetsbare vreemdelingen in Italië, waaronder het Salvini-decreet, en concludeerde dat deze geen verslechtering van de situatie aantonen die overdracht zou verbieden. Hoewel er schaarste en onzekerheid is, zijn er geen structurele tekortkomingen die een schending van artikel 4 van Pro het Handvest of artikel 3 EVRM Pro rechtvaardigen.
De rechtbank vond het begrijpelijk dat de lange procedure en onzekerheid een grote impact hebben op eiseres en haar dochter, maar dit rechtvaardigt geen behandeling van de aanvraag door Nederland. De procedure is niet onredelijk vertraagd en er is geen aanleiding voor prejudiciële vragen. Het beroep is ongegrond verklaard en de asielaanvraag blijft buiten behandeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat Nederland de asielaanvraag niet hoeft te behandelen omdat Italië verantwoordelijk is.