ECLI:NL:RBDHA:2022:15090
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Nederland op grond van de Dublinverordening heeft vastgesteld dat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser betoogt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Roemenië niet kan worden toegepast vanwege pushbacks en systematische fouten in de asielprocedure aldaar, en verwijst naar zijn persoonlijke ervaringen van mishandeling en slechte detentie in Roemenië. De rechtbank overweegt echter dat uit de rapporten niet blijkt dat pushbacks plaatsvinden buiten de buitengrenzen en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij als Dublinclaimant in een vergelijkbare situatie zal verkeren.
De rechtbank bevestigt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Roemenië nog steeds geldt, zoals ook door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is bevestigd. Daarnaast is niet gebleken dat eiser tijdens de behandeling van zijn asielaanvraag in Roemenië is benadeeld. De rechtbank concludeert dat verweerder terecht heeft besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.