ECLI:NL:RBDHA:2022:15029
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen, omdat Polen volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser vreesde geweld, discriminatie en gebrek aan effectieve rechtsbescherming in Polen, maar de rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Polen zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Het recente AIDA-rapport 2021 geeft geen wezenlijk ander beeld dan eerdere rapporten.
De rechtbank achtte de omstandigheden van eiser niet zodanig bijzonder dat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening, die een uitzondering kan vormen, gerechtvaardigd was. De vrees voor detentie kan door eiser worden voorgelegd aan de Poolse autoriteiten.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.