ECLI:NL:RBDHA:2022:14988
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod wegens juiste bekendmaking
Eiseres, van Japanse nationaliteit, kreeg op 4 mei 2022 een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor twee jaar opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Tegen dit besluit stelde zij beroep in. Tijdens de zitting op 17 oktober 2022 was eiseres afwezig met bericht van verhindering, terwijl verweerder werd vertegenwoordigd.
Verweerder stelde dat eiseres met onbekende bestemming was vertrokken, waardoor het beroep niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard. De rechtbank oordeelde echter dat uit de beroepsgronden niet kan worden afgeleid dat eiseres daadwerkelijk met onbekende bestemming is vertrokken en dat het onduidelijk is of er contact is met haar gemachtigde. Daarom kon het beroep niet op die grond niet-ontvankelijk worden verklaard.
Eiseres voerde aan dat het besluit niet tijdig was uitgereikt, omdat het pas op 15 september 2022 in het digitale dossier was geplaatst. De rechtbank stelde echter vast dat het besluit conform artikel C1/2.13 van de Vreemdelingencirculaire op de juiste wijze was bekendgemaakt, namelijk door terinzagelegging op de locatie Ter Apel en het ophangen van een melding op de daarvoor bestemde plek, nadat uitreiking aan eiseres of haar gemachtigde niet mogelijk was.
De rechtbank concludeerde dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens het juiste verloop van de bekendmaking en het verstrijken van de beroepstermijn. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod is niet-ontvankelijk verklaard wegens juiste bekendmaking.