ECLI:NL:RBDHA:2022:14986
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag Tadzjiekse vrouw en minderjarige dochter bevestigd
Eiseres, een vrouw met de Tadzjiekse nationaliteit, en haar minderjarige dochter hebben een opvolgende asielaanvraag ingediend nadat eerdere aanvragen waren afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas. De aanvraag werd afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, die oordeelde dat de nieuwe bewijsstukken onvoldoende waren om het eerdere oordeel te wijzigen.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat verweerder niet verplicht was een nieuw voornemen uit te brengen na de eerdere uitspraak waarin de rechtbank verweerder opdroeg externe geloofwaardigheidsindicatoren mee te wegen. Tevens werd geoordeeld dat het belang van de minderjarige dochter in deze procedure niet leidde tot een zelfstandig asielmotief, en dat de lange procedure en gezinsproblemen onvoldoende onderbouwd waren om een risico op vervolging of ernstige schade bij terugkeer aan te nemen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter S.G.M. van Veen en griffier E. Kersten op 18 augustus 2022. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.